Remigiuskerk te Leuth

 

 

In dit kleine plaatsje, gelegen tussen Nijmegen en Duitse grens bouwde H.C. van de Leur in 1934-1935 dit kerkje. Reeds op 18 oktober 1934 werd de eerste steen gelegd.

De wat vreemd aandoende frontzijde van de kerk herbergt een rozetraam met rechts, in de gevel doorgetrokken, aansluitend de toren. Vanwege de ligging aan een kruispunt en kerkplein besloot Van de Leur het zadeldak van de toren dwars te plaatsen. De uitpandige doopkapel vormt het tegengewicht, aan de linkerzijde.

De raamvensters in het schip hebben dezelfde vorm als die te Leerdam en Vorstenbosch.

 

In de Tweede Wereldoorlog liep het gebouw enkele voltreffers op. Hierdoor ontstond schade aan de voorgevel en raakten twee gewelven zwaar beschadigd. Hierdoor zijn nu enkele kleurverschillen kenbaar die de grootte van de schade aangeven.

 

 

 

 

 

In het binnenste paste Van de Leur voor het eerst een overwelving van het schip toe. Er zijn geen pilaren in de zijpaden (contreforts) omdat de gewelfbogen direct in de buitenmuur doorlopen. Deze buitenmuur is van binnen versterkt om het gewicht van het gewelf te kunnen dragen. Deze vorm paste Dom Bellot ook in Hardecourt-aux Bois (1929-1930) toe. Het geeft tevens aan dat het een kleine ruimte betreft. De dakconstructie loopt dus over in inpandige steunberen. Later is het orgel van de zangzolder gekomen en op het Priesterkoor geplaatst. Het Hoogaltaar is ontleed. 3/4 Deel ervan is nu het “nieuwe” altaar en het restant fungeert nu als “tafel” van het tabernakel, links van het nieuwe altaar. De originele zijaltaren, in de zijbeuken, zijn nog aanwezig.

 

 

 

 

 

 

 

Uiterlijk en innerlijk vertoont het gebouw veel gelijkenissen met de grotere broer in Utrecht, de Gerardus Majellakerk. De vergelijking is niet zo vreemd want slechts drie dagen na de eerste steen te Leuth werd in Utrecht ook de eerste steen gelegd. Het rozetraam in het front, de bijna identieke raamversieringen en het feit dat de gehele ruimte met baksteen gewelven gedekt is doet de rest. De kleuren zijn echter iets anders: hier is de mengkleur rood, te Utrecht wordt er wit gebruikt.

 

Het uurwerk in de toren komt uit Aarle-Rixtel, uit de fabriek van Petit & Fritsen.

 

foto's A.A. en A.W.A. Lukassen, februari 2012